Zorg

Op de Petraschool zitten allemaal verschillende kinderen. Wij vinden het belangrijk om ieder kind te kennen, zodat we weten wat ieder kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen. Daarom zeggen we: “Petraschool, hét fundament voor ieder talent”.

Om dit fundament voor ieder kind te verstevigen maken we op de Petraschool gebruik van de volgende zorgniveaus.

 

Niveau 1: Algemene zorg door de groepsleerkracht.

In de groep is het kind dagelijks aanwezig. Daar ligt dan ook het eerste en belangrijkste aangrijpingspunt voor de leerlingenzorg. De leerkracht kent uw kind.

Op de Petraschool maken we gebruik van groepsplannen waarin we het gedifferentieerd onderwijsaanbod beschrijven voor de gehele groep. Ook maken we gebruik van een groepsoverzicht waarin we aangeven wat elke leerling nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen..

 

Niveau 2: Extra zorg in de groep.

Kinderen die dat nodig hebben, krijgen na de klassikale instructie extra instructie in een kleine groep. Aansluitend oefenen zij de lesstof samen met de leerkracht. De leerkracht beschrijft in het groepsplan wat de onderwijsdoelen voor het kind zijn en hoe ze bereikt gaan worden. Hierbij kunnen de onderwijsassistenten en leerkrachtondersteuners worden ingezet, zowel binnen als buiten de groep. Het kan zijn dat kinderen om de onderwijsdoelen te realiseren een aangepast programma volgen wat compacter is, of verrijking aanbiedt.

 

Niveau 3: Extra zorg op schoolniveau door interne deskundigen.

De leerkracht maakt analyses van zijn groep. De intern begeleider maakt de analyses op schoolniveau om schoolontwikkelingen te signaleren en te sturen. De intern begeleider voert meerdere keren per jaar groepsvoortgangsgesprekken met de groepsleerkrachten. Als een kind meer zorg nodig heeft dan de groepsleerkracht kan bieden, meldt de groepsleerkracht het kind aan bij de interne begeleider. De interne begeleider maakt met de leerkracht (en ouders) een plan waarin nauwkeurig staat beschreven wat de onderwijsdoelen voor het kind zijn en welke maatregelen er worden genomen om deze doelen te bereiken. Een van deze maatregelen kan zijn dat er gebruik gemaakt wordt van extra ondersteuning buiten de groep.

Ook een klassenobservatie kan worden ingezet om de behoefte van de leerling in kaart te brengen. Daarnaast vraagt de Intern begeleider soms advies aan specialisten binnen de Petraschool en binnen de schoolvereniging (bijvoorbeeld een taalspecialist, rekenspecialist, hb-specialist) Uiteraard gaat dit altijd in  overleg met de ouders van het kind.

 

Niveau 4 : Het raadplegen van externe deskundigen.

Soms is het nodig externe deskundigen te raadplegen. Hiervoor hebben we op school verschillende contacten: Het Expertisepunt, Centraal Nederland, Het IB-Netwerk, Schoolmaatschappelijk werk, CJG, de GGD en ook kan er een individueel onderzoek aangevraagd worden. Uiteraard is hierover altijd overleg met de ouders.

 

Niveau 5: Plaatsing op een school voor speciaal (basis)onderwijs.

Als de Petraschool ondanks de ingezette interventies niet meer voldoende kan bieden om het fundament van het kind te verstevigen zal er gekeken worden welke andere school beter passend is. Daarnaast zal er gekeken worden of een veilig ontwikkelklimaat voor de groep niet onder druk komt te staan.  Mocht 1 van beiden het geval zijn dan kan er een Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aangevraagd worden, waarna plaatsing kan volgen op een school voor speciaal basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs.

 

 Verlengde kleuterperiode

Volgens de wet op het basisonderwijs moeten kinderen in principe in 8 jaar tijd de basisschool kunnen doorlopen. Dit is ook ons uitgangspunt. In speciale gevallen zal dit na overleg met de ouders 9 aan- eensluitende jaren kunnen zijn. Door aanmelding van uw kind vraagt u aan ons om op een verantwoorde wijze onderwijs te geven aan uw kind. Om dat goed te kunnen doen, vinden wij dat kinderen minstens twee jaar over groep 1 en 2 moeten doen. Wanneer uw kind 4 jaar wordt, mag het onze school bezoeken en wordt het geplaatst in groep 1. Wanneer uw kind korter dan een schooljaar in groep 1 zit, wordt het volgende schooljaar weer in groep 1 gestart. Het kan zijn dat uw kind zich zodanig ontwikkelt, dat een doorstroming naar groep 2 verantwoord is. Met name de kinderen die tussen oktober en januari jarig zijn, komen voor deze doorstroming in aanmerking. De beslissing over doorstroming naar een volgende groep is gebaseerd op diverse ontwikkelingsnormen die staan verwoord in het schoolbeleid met betrekking tot overgangsnormen.

Uw kind wordt het gehele jaar door geobserveerd aan de hand van het volgsysteem ‘KIJK’. Daarnaast worden ook diverse toetsen afgenomen. Hierdoor krijgen wij een beeld van de ontwikkeling van een kind. De kinderen die tussen oktober en januari jarig zijn, worden in de leerling-besprekingen apart besproken en zonodig nader geobserveerd en / of getoetst.

Aspecten ter beoordeling zijn: taakgerichtheid, concentratie, zelfstandigheid en motorische, sociaal- emotionele en cognitieve ontwikkeling (beginnende geletterdheid en beginnende gecijferdheid), ruimtelijke oriëntatie en (mondelinge) taalontwikkeling.

Wanneer uw kind het vereiste niveau voor de volgende groep nog niet bereikt heeft, vinden wij het noodzakelijk dat de kinderen een verlengde kleuterperiode krijgen. Hierbij verwijzen we naar het beleid van de school welke leerlingen overgaan van groep 1-2 en groep 2-3 (zie overgangs-protocollen groep 1-2 en groep 2-3).

Wij zijn van mening dat geen kind gelijk is, dus is er geen standaard leeftijd te noemen voor een overgang. Het ene kind ontwikkelt zich nu eenmaal anders en / of sneller dan het andere kind. Deze overgang heeft tegenwoordig dus minder te maken met de leeftijd, maar meer met de ontwikkeling die het individuele kind heeft doorgemaakt. De beslissing om een kind een verlengde kleuterperiode te geven of een kind vervroegd te laten doorstromen, wordt in goed overleg met ouders en onder invloed van de opvattingen van de ouders, genomen door de school.

Vervroegde doorstroming

Vervroegde doorstroming houdt in dat de leerling eerder dan gebruikelijk naar een volgende groep gaat. De inspectie geeft aan dat leerlingen die tussen 1 oktober en 1 januari 6 jaar worden en na 1,5 jaar in groep 3 beginnen, niet vallen onder de groep vervroegde doorstromers. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van ons protocol (hoog) begaafdheid: er is bij kleuters alleen sprake van vervroegde doorstroming als de leerling jarig is na 31 december en de kleuter nog geen anderhalf jaar in groep 1-2 heeft gezeten op het moment dat het nieuwe schooljaar begint. Omdat vervroegd doorstromen een ingrijpende maatregel is en om weloverwogen tot een beslissing te komen of vervroegde doorstroming een goede optie is, hanteren we criteria, die staan omschreven in het protocol (hoog)begaafdheid.

Vervroegde doorstroming is alleen gewenst als zowel de leerling als de school voldoen aan de gestelde criteria. Deze criteria hebben te maken met het niveau en de capaciteiten van de leerling, maar ook met de beperkingen waar we als school mee te maken hebben.
Tenslotte merken we op dat vervroegd doorstromen alléén nooit voldoende is als maatregel: ook na overslaan van een groep zal aanpassing (in meer of mindere mate) van het lesprogramma noodzakelijk zijn.

In alle gevallen is het erg belangrijk dat er tussen de leerkracht en de ouders steeds goed overleg is, zodat duidelijk is hoe de ontwikkelingen zijn.

Protocol hoogbegaafdheid

Op de Petraschool wordt gewerkt met een protocol hoogbegaafdheid. De doelstelling van het protocol is om (hoog)begaafde leerlingen met plezier naar school te laten gaan, hen leren te leren en zich in te spannen voor hun werk om onderpresteren te voorkomen. Het protocol is met name gericht op: signalering, diagnosticering en begeleiding van (hoog)begaafde kinderen met passende leerstof en goede pedagogische begeleiding. Er zijn verschillende momenten waarop de signalering van (hoog)begaafde leerlingen kan plaatsvinden. Van belang is dat de signalering vroegtijdig plaatsvindt. We maken gebruik van het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid, een interactief instrument dat de school ondersteunt bij de begeleiding van (hoog)begaafde leerlingen.

Plusklas

Binnen CNS hebben we een bovenschoolse ‘Plusklas’. Deze klas is bedoeld voor kinderen uit groep 5, 6 en 7 die meer- of hoogbegaafd zijn. In de Plusklas wordt meer uitdaging gegeven en komen we tegemoet aan de specifieke leerbehoefte. Na overleg tussen school en ouders meldt de IB-er van een school de leerling aan bij een toelatingscommissie die beoordeelt of de leerling voor plaatsing in aanmerking komt. Als de commissie besluit tot toelating bezoekt het kind gedurende één morgen per week de bovenschoolse plusklas.

Vorig schooljaar is er gestart met een tweede Plusklas: voor kinderen vanaf groep 4 (3 middagen per maand). Doel van de plusklas is dat de leerlingen in de ontmoeting met ontwikkelingsgelijken zich aan elkaar kunnen spiegelen, zich verder kunnen ontwikkelen, hun zelfvertrouwen kunnen verbeteren en de natuurlijke drang om te leren (weer) opbouwen.

Ook het onderdeel studievaardigheden en de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen komt elke week aan bod. Iedere leerling werkt hierbij op zijn eigen niveau en zet zich ook in om met elkaar een ontdekkende, lerende omgeving te vormen. De kinderen werken bovendien met behulp van zelfopgestelde leerdoelen en zijn veel ontdekkend bezig. Op deze manier ontwikkelen we vaardigheden die zij nodig hebben om op een zelfstandige en kritische manier met de leerstof om te gaan en zich optimaal te kunnen ontwikkelen op ieder gebied. Ook op gebieden waar zij nog wat meer moeite mee hebben. Zo kunnen we als school voor ieder kind een lerende en stimulerende omgeving vormen.

Dyslexie

Een belangrijke verantwoordelijkheid van school is dat alle kinderen leren lezen. Als school willen wij bereiken, dat alle kinderen aan het eind van groep 8 teksten kunnen lezen van niveau AVI 9. Alle groepen werken volgens het landelijke Protocol leesproblemen dyslexie. De toetskalender volgt de signaleringsmomenten.

Wanneer uit het leerlingvolgsysteem blijkt dat uw kind in halfweg groep 3, ondanks intensieve begeleiding, een grote achterstand heeft bij het lezen en / of spellen (Cito-score E bij lezen, spelling en begrijpend lezen) kan er sprake zijn van dyslexie.

Uit het dossier van de school moet blijken dat het een hardnekkige achterstand is, die ook na een intensieve begeleiding door de school blijft bestaan. Ook mag er geen sprake zijn van andere belemmeringen, zoals gedrags- of leerstoornissen of een psychische stoornis.

Naar aanleiding eventuele aanvullende lees- en spellingtesten van de intern begeleider, wordt samen met de leerlingbegeleider van EC de Brug bepaald of er een nader onderzoek naar dyslexie plaats zal vinden of niet, zodat er eventueel een dyslexieverklaring voor uw kind afgegeven kan worden.

Mocht uw kind de diagnose ernstige dyslexie krijgen en hij / zij ná 1 januari 2000 geboren is, dan is het zelfs mogelijk dat uw zorgverzekeraar een behandeling van uw kind buiten school gaat vergoeden (één keer per week, drie kwartier). Als u voor deze vergoeding van een behandelaar (van Centraal Nederland) inaanmerkingwilkomen danmoetudezeaandehandvandedyslexieverklaringzelfbijuwzorgverzekeraar aanvragen. Voor het slagen van de behandeling is de betrokkenheid en inbreng van zowel school als die van de ouder(s) wel van groot belang en zal van het kind en hun ouder(s) een behoorlijke inspanning vergen. De school ontvangt geen vergoeding om bij te dragen in de behandeling. Daarom zullen de begeleidingsactiviteiten op het behandelcentrum en thuis plaatsvinden.

Als uw kind een lichte vorm van dyslexie blijkt te hebben, zal de school (eventueel in overleg met de schoolbegeleider en het kind) een plan van aanpak opstellen, voor een behandeling van het kind op school zelf. Dit plan zal dan met de ouders besproken worden.

Het is de bedoeling dat dyslectische kinderen in de klas worden begeleid door de eigen leerkracht. Alleen in bijzondere gevallen zullen kinderen buiten de groep geholpen worden: voor intensieve lees- en spellingsinstructie, voor begeleiding op sociaal emotioneel terrein en voor het leren gebruiken gebruik van software (Kurzweil). Kurzweil is een computerprogramma, dat dyslectische kinderen ondersteunt in het volgen van de leerstof in de klas.

Leerlinggebonden financiering (de rugzak)

Er is het afgelopen jaar in de politiek en in het onderwijs veel te doen geweest over Passend Onderwijs. Vanwege de politieke ontwikkelingen zijn alle veranderingen minstens één jaar opgeschort. Dit jaar dus nog als voorheen.

Voor kinderen met een beperking wordt steeds meer gezocht naar mogelijkheden om hen toe te laten tot de reguliere baisschool. Hiervoor is dan wel een indicatie vereist. Een geïndiceerde handicap kan betrekking hebben op een verstandelijke en / of lichamelijke handicap, en visuele, auditieve en / of communicatieve handicap. Ook kinderen met ernstige gedragsproblemen en / of kinder-psychiatrische problemen vallen onder het landelijke integratiebeleid. Ouders hebben dus keuzevrijheid van onderwijs: de speciale school of met een ‘rugzak’ naar een basisschool naar keuze, dus ook de Petraschool.

In die rugzak zitten middelen om uw kind extra ondersteuning bij het leerproces te geven. Om voor zo’n rugzak in aanmerking te komen, moet u uw kind aanmelden bij een commissie van indicatiestelling (CVI). Op grond van landelijk vastgestelde normen bepalen zij of uw kind in aanmerking komt voor indicering. Daarbij bent u als ouder formeel verantwoordelijk voor het aanleveren van de gegevens die nodig zijn voor indicatie. Ook wanneer uw kind al onze school bezoekt, kan het, als het voldoet aan de criteria, van deze regeling gebruik maken.

Als de CVI een positief besluit heeft genomen, kunt u uw kind bij ons op school aanmelden. Wij zullen met u in gesprek gaan over de mogelijkheden van onze school voor uw kind. Daarbij verkennen we met elkaar de hulpvraag van uw kind, uw verwachtingen en de mogelijkheden van school. Als blijkt dat we uw kind de hulp kunnen bieden die het bij het onderwijs nodig heeft, wordt er samen met u als ouders een handelingsplan gemaakt met ondersteuning van het speciaal onderwijs.

Blijkt dat het voor de school niet mogelijk is om uw kind verantwoord op te vangen dan moeten we u, in het belang van uw kind, teleurstellen. Het recht op keuzevrijheid betekent namelijk geen toelatingsrecht in het reguliere onderwijs.

De keuzevrijheid van ouders kan beperkt worden door:

  • Het niet respecteren van de grondslag en doelstellingen van de Vereniging voor CNS te
  • De aard en de zwaarte van de handicap en hieraan gekoppeld de (on)mogelijkheden van de school om een gehandicapte leerling op te
  • Wanneer de veiligheid van leerlingen en leerkracht gevaar
  • Wanneer er sprake is van onvoldoende competentie bij de leerkracht van de betreffende
  • Wanneer er sprake is van onvoldoende gebouwspecifieke en materiële U kunt in dat geval bezwaar aantekenen bij de adviescommissie voor toelating en begeleiding.

Op school kunt u informatie opvragen over de rugzak-regeling in het algemeen, het adres van de CVI, het traject voor indicatiestelling, de geldende criteria voor indicering, de checklist m.b.t. de toelating voor uw kind op onze school en de mogelijkheden voor het aantekenen van bezwaar. Mocht u overwegen uw kind met een rugzak te plaatsen op de Petraschool, dan is het verstandig al in een vroeg stadium contact op te nemen met de directie en / of de intern begeleider, omdat het regelen van een verantwoorde opvang de nodige tijd kost.

De orthotheek

We hebben op school een orthotheek. Dat is een soort bibliotheek met materialen bestemd voor kinderen met leer- en / of sociaal-emotionele problemen. Ook voor meer begaafde kinderen is materiaal voorhanden. Leerkrachten maken in overleg met de intern begeleider gebruik van deze orthotheek voor hun hulpprogramma’s.